Historiek

Reeds in het jaar 1923 was er leven in de West-Vlaamse bedrijfssportwereld. Enkele initiatiefnemers kwamen toen reeds bijeen, om inmiddels opgerichte sportverenigingen te polsen, of niet een West-Vlaamse Sportbond kon worden opgericht met als doel, de sportbeoefening onder de werkgemeenschappen, beter te coördineren en te bevorderen.

Op 1 februari 1924 werd in Brussel, op het secretariaat, de officiële aansluiting bij de Koninklijke Belgische Voetbal Bond ondertekend. Dit gebeurde onder de hierna volgende Franse benaming, zoals dit destijds gebruikelijk was: "Le Groupement Corporatif de la Flandre Occidentale, dans le but de dévélopper la pratique des Sports, surtout le Football". Met die hele boterham als benaming, werd de pas opgerichte liga als volwaardige toetredende federatie opgenomen, waarna uiteindelijk de eerste competitie van start ging op 30 augustus 1925.

Clubs uit het Brugs gewest, zoals Rust Roest en FC La Brugeoise, aangevuld met ploegen uit de kuststreek, met name SK Politie en SK Stadsbestuur, namen het op tegen FC Eikelaar uit de Regio Kortrijk. Ook anderen beseften het heilzame van de ontspanning door de sport, onder werkmakkers en collegas, waardoor nog meer ploegen besloten zich aan te sluiten. Hierdoor ontstond weldra een levendige voetbalactiviteit die zich uitstrekte over heel het West-Vlaams grondgebied.

Jaar na jaar werd vervolgens gestreefd, om de groei en de bloei van deze sportgemeenschap te bevorderen en uit te breiden. Meer en meer clubs ontsproten in de schoot van industriële firmas, officiële instanties en financiële instellingen. Met slechts één enkel doel voor ogen; na verrichte dagtaak en onder collegas, de voetbalsport te beoefenen. Dit zonder onderscheid van rang of stand.

Aan het vernoemen van verdienstelijken, werkers van het eerste uur, durven wij ons niet wagen. De kans om zowel pioniers als prominenten te vergeten is namelijk niet denkbeeldig. We kunnen enkel vaststellen dat hun hard werken en streven, niet tevergeefs is geweest. Enkele jaartallen en cijfers, weerspiegelen het best de meest markante perioden in het bestaan van de Groepering. In 1949 was het totaalbestand, in onze provincie, reeds opgelopen tot 80 actieve clubs. Zij werden destijds opgedeeld in vier centra, met name Brugge, Kortrijk, Roeselare en Oostende. Omtreeks hetzelfde tijdstip werd uiteindelijk afgezien van de ellenlange Francophone benaming, waarna de vereniging herdoopt werd in "West-Vlaams Corporatief Groupement". In 1952 werd bij Koninklijk Besluit, daterend van 20 juni van hetzelfde jaar, het predikaat "Koninklijk" toegekend en de officiële benaming nog maar eens gewijzigd in West-Vlaamse Corportieve Groepering. Wanneer in 1975 de vereniging haar 50-jarig bestaan vierde, omvatte ze 60 clubs. Dit was niet zodanig een gevolg van de inkrimping van het provinciaal potentieel, doch wel van het feit, dat de Regio Roeselare inmiddels een zelfstandige voetbalgroepering was geworden. Het ledentotaal was niettemin reeds opgelopen tot 2.500 aangeslotenen.

Halfweg de tachtiger jaren kende de vereniging een merkbare terugslag, vermits het aantal aangeslotenen was teruggevallen tot 2.006 leden, die aangesloten waren bij 46 clubs. Toch werd op grootse wijze en met heel wat luister het 60-jarig bestaan gevierd. Dit was tevens het tijdperk waarop de toenmalige vrouwelijke cultuurminister, Rika Debacker, tot de ontdekking kwam dat het woord "corporatief" niet Nederlandstalig genoeg klonk, om nog langer in aanmerking te kunnen komen voor betoelaging... Het gevolg was dat er opnieuw met het kind naar de doopvont werd getrokken, waar het nog maar eens herkerstend werd in, "De Koninklijke West-Vlaamse Bedrijfsvoetbalbond". Mede hierdoor baart het dan ook weinig verwondering, wanneer we vaststellen dat menig veteraan, in de nieuwe benaming, zijn oude corportieve groepering niet meer terugvindt... Met het laatste decennium van de twintigste eeuw in zicht, werd opnieuw een onrustbarende terugval van het aantal clubs vastgesteld. Dit werd ongetwijfeld ten zeerste in de hand gewerkt door de massale opkomst van de liefhebberscompetities, zeg maar caféploegen. Doch ook de steeds meer voorkomende versnippering van grote firmas, die ofwel opgedeeld werden, ofwel zich lieten bevoorraden door toeleveringsbedrijven, waren hieraan niet vreemd.

Enkele van de huidige roergangers, in het zuiden van de provincie, werden zich bewust van het dreigend gevaar en besloten, onze nationale leuze indachtig, opnieuw eendrachtig te gaan samenwerken. Eerst schoorvoetend en enkel onder éénzelfde secretariaat, doch een paar jaar later, samen in alles één, zowel in competitieverband als op administratief vlak. Vandaag kan het ongeëvenaard succes van deze zet, door niemand ontkend worden. Inmiddels herbergt onze provincie, mede door de komst van drie nieuwkomers, opnieuw 67 clubs die deelnemen met 69 ploegen. De verdeling ziet eruit als volgt: Brugge 15 clubs, Kortrijk/Roeselare 36 clubs met 38 ploegen en tenslotte Oostende, waar 16 ploegen aantreden in twee reeksen. Hard werken en een grote slagvaardigheid van alle clubverantwoordelijken, alsmede de onverdroten inzet van competente bestuursleden, liggen ongetwijfeld aan de basis van de door iedereen geprezen organisatie en werking. Op de ingeslagen weg en met onverdroten vriendschap verder ijveren, betekenen een bijna zekere waarborg voor de verdere bloei van onze groepering. Sinds juni 2009 werden de zes nog resterende clubs uit het Oostends gewest, opgenomen bij het gewest Brugge. Hierdoor ontstond een nieuwe alliantie die de benaming Brugge/Kust meekreeg. Ancar.